Onder schuivende wolken zoekt de rivier haar weg, kronkelend tussen verleden, langs het nog stille dorp.
Zo omspoelt het spelende water wilgen, riet en balsemien. Getijden vloeien, eb en vloed.
Een buizerd, ongenaakbaar, boven groene meersen. Een bergeend staat geruisloos stil, op slikken - onbereikbaar. Alles houdt de adem in.
Willem Vandereyken |
De rivier kent haar verhaal,
zich wentelend in de aarde,
waar zij haar bedding groef.
Tussen lange, groene dijken,
omspoelt zij als een speelse bruid,
haar schorren, slikken, bij de vloed.
Soms stil gedwee, soms nukkig,
in haar eindeloos getij,
wordt zij schoonheid zonder tijd.
Willem Vandereyken
|