Bramen plukken
Nergens op Walcheren groeien zulke grote dikke bramen als in de duinen bij Vrouwenpolder. Het moet de beschutting tegen de koude noordenwind, maar vooral de zuidelijke zonnekracht zijn, die deze wilde vruchten zo verleidelijk lekker maakt. Dit is de herinnering die bij mij opkomt wanneer ik een doosje bramen koop in een groentewinkel. Toch mis ik er iets aan. Het zijn niet de bramen die ik zelf ging plukken op een zinderende zomerse dag in mijn jeugd. Die bramen waren zoet en zuur, ook groot en klein.
Op de fiets met twee tassen achterop, waarin elk een lege emmer geklemd, begon ik de tocht naar Oranjezon. Toch wel gauw een anderhalf-uurtje fietsen, niet dat de afstand zo groot was, het waren de bezienswaardigheden onderweg die me weerhielden van een snelle prestatie. In Veere kon ik de Grote Kerk niet passeren zonder dit bouwwerk van buitensporige afmetingen, veel te groot voor het kleine stadje met zo weinig inwoners, te bezoeken.
Vroeger als kerk te gelijkertijd voor vele geloven dienst te hebben gedaan, daar stonden nu in een uitgeplunderde ruimte her en der oude koetsen, boerenkarren en sjeesjes gestald. Hier moet geschiedenis zijn geschreven, dwaalde door mijn hoofd. Want ik wist dat Napoleon de kerk ooit als lazeret heeft gebruikt. Kermend van pijn, stervend, vloekend moeten hier op verdiepingen Engelse krijgsgevangenen en Franse soldaten hebben liggen krimperen, van verwondingen of de gevreesde Zeeuwse koorts. Er is niets meer van terug te vinden, dan alleen de voorstelling die ik er van kan maken.
 |
 |
Natuurgebied Oranjezon bij Vrouwenpolder
|
Gecultiveerde bramenteelt
|
Stil is het in de kerk, er is niemand te bekennen. Toch hoor ik ergens stemgeluid, het komt vanuit de torentrap. Het zijn Duitse toeristen. Wat ik van ze begrijp moet het daarboven "Schön sein." Nu wist ik dat Duitsers toch al van alles "Wunderbar" vinden in Zeeland, maar waarom in de oorlog dan zo vernietigend tekeer gaan, dat kon ik niet bevatten. Het bramen plukken kon nog wel even wachten, wat zo "Schön" moest zijn wilde ik ook weleens beleven, dus begon ik aan de klim naar boven. Het waren heel veel traptreden, door de jaren heen flink uitgesleten.
Op weg naar boven moest ik enkele malen uitrusten, bij een steeds hoger uitzicht door een smal raam zag ik Zanddijk, waar opoe en opa tijdens de eerste jaren van hun huwelijk hebben gewoond, ook Kamperland en het Veerse Meer werden overzichtelijker. Op de top aangekomen schrok ik werkelijk, er was niet eens een torenkamer.
Ik stond meteen in de open lucht, in een gat van het dak. Helemaal geen beschutting tegen de brandende zon, slechts een stalen stakelsel met een vergulde windvaan boven m'n hoofd. Vlak langs het ronde dak keek ik in de gevaarlijke diepte. Fraai was het uitzicht best wel. In de verte zag ik Domburg, Vlissingen, de Westerschelde, de Lange Jan van Middelburg en het water schitteren van de Noordzee.
 |
 |
Wilde bramen
|
Duingebied bij Vrouwenpolder
|
Met slappe knieën hield ik me angstvallig staande aan een paal. Gelukkig was er een gids, hij probeerde me op m'n gemak te stellen door verhaaltjes te vertellen. Veel hielp dat niet, mijn hoogtevrees weerhield me ervan echt naar de man te luisteren. En,.... we waren niet alleeen!! Een grote zwerm vliegende mieren was neergestreken op het gloeiend hete zinkendak. Ze vlogen overal rond, ze zaten op m'n neus, ze probeerden zelfs in m'n oor te kruipen. De gids wilde me nog uitleggen hoe het komt dat vliegende mieren zo hoog terecht kunnen komen. Hij deed vergeefse moeite. Van het prachtige panorama heb ik niet veel meer gezien. In grote vaart ben ik de trap afgedaald.
Nog onder de indruk van mijn ervaring in Veere, zette ik mijn fietstocht voort richting Vrouwenpolder. Even buiten het dorp was Oranjezon mijn doel. Uit ervaring wist ik dat daar in het waterwin- en natuurgebied de lekkerste bramen groeien. Ik had best wel het bordje "Verboden Toegang" gezien, maar ach, dat geld toch niet voor een onnozele schooljongen in korte broek, dacht ik toch wel schuldbewust. Het leek alsof de bramen op me zaten te wachten. Flinke trossen dikke zongerijpte bramen hingen verlokkend klaar om geplukt te worden. In korte tijd had ik een emmer vol.
 |
 |
Leeuwerik in zangvlucht
|
Piloot in de wolken
|
En zoals een geroutineerde plukker dat betaamt, moest ik ook de kwaliteit proeven. Dus geregeld verdween een braampje in m'n mond. Zoveel dat ik er een voldaan gevoel van kreeg. Een rustpauze vond ik daarom wel op z'n plaats. Helemaal alleen, niemand in de wijde omgeving te bekennen, de tropische hitte van de felle zon hoog aan de hemel, de stilte om me heen. Ik vond het zaaálig.
Alleen het kwinkeleren van een leeuwerik hoog aan de strak blauwe lucht. Ergens verborgen in een boom liet een koekoek van zich horen. In de verte hoorde ik het gezellige bromgeluid van een propellorvliegtuigje, dat rondjes vloog langs de kust. Het was een gelukzalig moment, met het zacht ruisen van de zee op de achtergrond. Uitgestrekt lag ik loom te luisteren tot ik in slaap viel.
 |
Uitgestrekt lag ik loom te luisteren, door de felle zon viel ik moeiteloos in slaap.
|
Ruw werd ik wakker gepord. Het eerste wat ik zag waren bruine laarzen. Daarna keek ik rechtstreeks in het strenge gezicht van een boswachter. "Wa' moe jie 'ier?' hoorde ik op strakke toon. Nog amper wakker stamelde ik; "Uh....Uh... ik bin braome an 't plukke, meneer." Ook best wetende dat ik me op verboden terrein bevond. "Je weet da' jie 'ier op verbooie gebied bin. En jie moe' ook zeker wete, da' jie 'ier geen braome plukke mag. Trouwes, 'ier loôpe 'erte en reeëe rond, je kan die verjaoge. En wa' zit t'r in die emmers, da' bin vast braome?" Die kan ik m'teen in beslag neme.' Hij vroeg naar de bekende weg. Maar meer was ik nederig geworden van zoveel oordeel over me heen. Bovendien zag ik het in beslag nemen van mijn plukvlijt niet zo zitten. Nogal wiedes dat zijn vrouw daar jam van zou maken.
 |
 |
Waterwin- Natuurgebied tussen Oranjezon en Vrouwenpolder
|
Snel opkomend noodweer
|
Met een smoes probeerde ik de man op z'n gemoed te werken. "Da' bin braome voor m'n moeder en mien zusje, meneer. Die maoke daor jam van. We zijn arm, meneer." De smoes was wel erg doorzichtig, maar de toestand op m'n gezicht sprak van zoveel schuldbesef, dat de man zei; "Nou toe dan maor, maok as de wiede weergao da' jie weg kom, en ik wil je 'ier nooit meer zien." Onder vaderlijke genade liet de boswachter mij gaan. Op een holletje stortte ik me in het prikkeldraad, met gevolg een winkelhaak in m'n broek.
 |
 |
Helse donder en bliksem
|
Schuilen voor een plensbui
|
De terugtocht ging niet zo voorspoedig als de heenreis. Niet dat de ontmoeting met de boswachter me nog bezwaarde, het werd het weer. In korte tijd kan het klimaat in Zeeland omslaan. Na een stralende zon, kunnen in de verte donkere wolken samenpakken, in snel tempo al rollend het land bereiken, in kleuren die nauwelijks denkbaar zijn. Van grijs in vele gradaties, tot bruin, paars, purper en groen. Het lijkt alsof het einde van de wereld nabij is.
Een zwaar gerommel brak los, lichtflitsen doorkliefden de hemel. Het was angstig te zien hoe een lieflijk warme dag opeens veranderde in een helse stortbui. Drijfnat zocht ik beschutting bij een boerderij onder aan de dijk ergens tussen Vrouwenpolder en Veere. Stijf gedrukt tegen de nog warme muur van de schuur probeerde ik droog te blijven, wat nauwelijks lukte.
Ik had de hoop gevestigd op de goedheid van de boer of boerin, die me zou binnen roepen. Maar niks daarvan. Vanachter het gordijntje stond de boerin te kijken wat die vreemde knaap daar stond te doen. Daar gaat alle christelijke meelevendheid dacht ik venijnig. 's Zondag in de kerk vroom zitte weze, door de week moet de medemens zich maar zien te redden.
 |
 |
Op de fiets terug naar huis, over de dijk bij Veere
|
Bramenjam koken
|

|
 |
Heerlijke bramenjelly
|
Trost resultaat van een dag bramen plukken
|
Zo snel als het noodweer was komen opdagen, even zo snel brak de zon weer door. De kans dat het onweer zou terugkomen was niet denkbeeldig. Het zou niet de eerste keer zijn, tweemaal door hetzelfde lot getroffen te worden. Nog steeds doorweekt van de regen kwam ik thuis. M'n moeder was blij met zoveel bramen. Minder gelukkig was ze met de scheur in m'n broek. Dat m'n armen, benen en hals verbrand waren door de zon, vond ze minder erg. Evenmin als de vele schrammen. "Dat gaat wel over," zei ze bemoedigend
© 2012 Albert Prins

|