
Mij viel een lantarenpaalreclame
op van een wijnhandelaar. Ik vond het leuk bedacht, zon winkel nou
eens niet wijnhuis, maar wijndealer te noemen. Daar
zou ik graag mijn wijnen kopen. Toen ik goed keek zag ik echter een wel heel
grove spelfout in die reclame staan. Jemig, wat een blunder. Het leek mij ineens
een Jacobse en van Es-handel in inferieure wijnen. Effe een kiekje van gemaakt,
zodat ik vanavond weer invulling aan mijn blog kan geven.
Alvorens het verhaal neer te schrijven even
mijn aanvullende informatie gegoogeld. Naar bleek, was het míjn blunder. Het had
niets te maken met een dealer van wijnen. De naam Wijndaeler verwijst naar de
Wijndaelerweg en is een woonzorgcentrum voor ouderen van Humanitas. Weg
verhaal
.
Maar Den Haag is zó leuk, dat er
binnen de korstmogelijke tijd zich wel weer iets aandient. Jammer dat het
koffiehuis wat ik passeerde op zaterdag gesloten is. Want daar liggen de
verhalen voor het oprapen. Lezers dezes, niet uit Den Haag komende, raad ik van
harte aan eens een bakkie in een Haags koffiehuis te doen. Echt, je wordt
gek van geluk. Is de ambtenarenstad te ver uit de route, kan je nog altijd
de DVD bekijken: Het gelijk van de koffietent, van Harrie
Jekkers. Inderdaad, die meneer van O, o, Den Haag, mooie stad
achter de duinen.
In
een betere buurt van Den Haag, randje Loosduinen, reed een stel van ruim veertig
jaar oud, die deze zaterdag hadden gereserveerd om eens lekker terug de tijd in
te fietsen. Vooral het vrouwtje wees alle kanten op, waarbij zij kennelijk (ik
kon het niet horen) haar man vertelde waar zij tot haar twaalfde had gewoond,
waar de bakker zat en de groenteboer, met wiens zoon zij nog verkering had. Haar
man knikte af en toe, waarbij haar enthousiasme nou niet direct op hem was
overgeslagen. Tot op de Aronskelkweg. Krèg nâh de tering, dat is mèn âhwe
schaul. Omdat hij mijn moedertaal sprak begreep ik dat hij het Dalton
Lyceum bedoelde, het prachtige pand wat ik zojuist passeerde. Geinig, dat was
ook de school van Koot & Bie.
